Waar plaats ik een luchtonvochtiger?
Een luchtontvochtiger kan men het best vrij in de ruimte plaatsen met een minimale afstand van 50 cm tot de ontvochtiger en muren, plafond of andere objecten. Het is belangrijk dat de lucht de roosters van de ontvochtiger goed kan passeren.
Luchtstroom rondom de ontvochtiger
Een luchtontvochtiger trekt de vochtige lucht uit de ruimte de ontvochtiger in via een rooster aan de achterkant van de ontvochtiger. In de ontvochtiger wordt de overtollige waterdamp gecondenseerd. De droge lucht verlaat de luchtontvochtiger via een rooster aan de bovenkant of aan de voorkant van de luchtdroger.
Om ervoor te zorgen dat de lucht goed de luchtontvochtiger in en uit kan stromen kan de vrije ruimte aan de kant van de roosters van de luchtontvochtiger, de achterkant en boven- of voorkant, het best zo groot mogelijk zijn maar in elk geval minimaal 50 cm.
Waterpas
Een luchtontvochtiger wordt waterpas op een vlakke ondergrond geplaatst.